calcimus

Voedingsinfo voor de leerkracht - Bewegen, bewegen, blijven bewegen

Dit thema komt aan bod in de infofiches van alle leerjaren (zie lesmateriaal).
U vindt er bijkomende informatie op maat van de leerlingen.

Bewegen, spelen en sporten zijn voor kinderen een noodzaak. Al spelend ontwikkelt het kind een diversiteit aan essentiële motorische en sociale vaardigheden. Een actief leven met een gezond eetpatroon helpt kinderen gezond de lagere school door en voorkomt overgewicht. Gebrek aan beweging is vaak het gevolg van te veel tv kijken of voor de (spel)computer zitten.

Bewegen is een zegen

Lichaamsbeweging heeft veel voordelen.

Hoeveel bewegen?

Volwassenen moeten minstens een half uur of 30 minuten per dag lichaamsbeweging nemen, kinderen en jongeren tot 18 jaar minstens een uur of 60 minuten per dag. Met lichaamsbeweging worden inspanningen bedoeld waarbij het hart iets sneller slaat en de ademhaling iets sneller gaat dan normaal. Dat betekent bijvoorbeeld de trap nemen in plaats van de lift, stevig doorstappen, lopen, fietsen, zwemmen, dansen, en voor kinderen ook buiten spelen.

De aanbevolen hoeveelheid lichaamsbeweging kan worden ingevuld met dagdagelijkse activiteiten zoals systematisch de trap nemen, naar school fietsen en te voet boodschappen doen. Wie daarnaast ook nog eens één of twee keer per week gaat sporten, verbetert verder zijn fitheid en gezondheid.

Een uur = vier maal 15 minuten

We hoeven geen volledig uur aan een stuk door fysiek actief te zijn. We mogen het spreiden over de dag en het dus opsplitsen in stukjes van een half uur of van een kwartiertje. Wie bijvoorbeeld te voet of met de fiets naar school gaat in plaats van met de wagen, is zo al snel twee maal 15 minuutjes aan het bewegen. Ook op school kunnen kinderen actief bezig zijn. De speelplaats is een ideale plek om tijdens de pauzes samen met vriendjes te spelen en te sporten. Met in de voormiddag een kwartier, ’s middags ongeveer een uur en in de namiddag nog eens een kwartier komen ze ruim aan een uur lichaamsbeweging per dag. Beweegtijd die verloren gaat als ze tijdens de speeltijd alleen maar op een bankje gaan zitten kletsen.

Bij elke beweging verbruik je energie

Hoeveel energie we per dag verbruiken hangt grotendeels af van hoe actief we zijn. Bij kinderen speelt ook de groei en de lichaamsbouw mee. Komen we met de auto naar school, zitten we na schooltijd en tijdens het weekend vooral voor de televisie of achter de computer, dan verbruiken we beduidend minder energie dan iemand die met de fiets naar school komt en na schooltijd nog allerhande activiteiten onderneemt (bv. gaan zwemmen, buiten spelen).

Elke beweging die we maken, vergt energie. Energie halen we uit voedsel. Hoeveel we eten en hoeveel we bewegen, moet op elkaar zijn afgestemd. De energie die wordt ingenomen moet ook worden verbruikt, en omgekeerd.

Bewegen moet leuk en afwisselend zijn

Rennen, springen, fietsen, zwemmen, dansen, voetballen, ravotten of naar de sportclub met vrienden en vriendinnen, heerlijk toch!
Volwassenen hebben hierbij ook een belangrijke voorbeeldfunctie.

Meer lezen?


Naar boven