Voedingsinfo voor de leerkracht - De actieve voedingsdriehoek
Dit thema komt aan bod in de infofiches van alle leerjaren (zie lesmateriaal).
U vindt er bijkomende informatie op maat van de leerlingen.
Lekker eten is heerlijk. En daar is ook niets mis mee. Op voorwaarde dat we niet uit het oog verliezen dat we niet alleen eten voor ons plezier maar ook om gezond te blijven en in het geval van kinderen ook om goed te groeien en optimaal te ontwikkelen.
De actieve voedingsdriehoek geeft een idee van wat we dagelijks zouden moeten eten en hoeveel we moeten bewegen om gezond te blijven. Duikelen we systematisch onder de voedingsaanbevelingen, dan kunnen er tekorten aan bepaalde voedingsstoffen ontstaan waardoor ons lichaam niet goed meer kan functioneren en we ons minder goed zullen voelen (bv. moe en lusteloos). Eten we omgekeerd altijd veel meer dan aanbevolen en vooral dan we verbruiken, dan kunnen we te dik worden of ongezond veel vet, suiker of zout binnenkrijgen. Zeker als we overdrijven met de kleinere groepen en de restgroep binnen de actieve voedingsdriehoek.
De praktische aanbevelingen zijn gemiddelden en zijn opgesteld voor de algemene bevolking (vanaf de leeftijd van 6 jaar) die matig fysiek actief is. Hoeveel iemand precies nodig heeft, hangt af van zijn lichamelijke activiteit (sport, arbeid), zijn lichaamsgewicht en leeftijd en van fysiologische factoren zoals groei, zwangerschap, en herstel van ziekte.
De belangrijkste principes van een gezonde voeding zijn evenwicht en variatie.
Evenwichtig eten betekent dat we dagelijks iets uit de 7 essentiële voedselgroepen van de actieve voedingsdriehoek eten, en dit in de juiste verhoudingen om op een evenwichtige manier voldoende voedingsstoffen en energie op te nemen. We nemen in verhouding dus meer uit de grote groepen en minder uit de kleine. De restgroep is het loszittende topje van de actieve voedingsdriehoek. De voedingsmiddelen die thuishoren in de restgroep zijn niet noodzakelijk voor een gezonde voeding. De restgroep is dus slechts een toemaatje.
Als we elke dag opnieuw hetzelfde voedingsmiddel uit elke groep zouden kiezen (bijvoorbeeld altijd een appel en geen ander fruit), dan zou de voeding eentonig en saai zijn. Bovendien is dat niet gezond. Variatie binnen elke voedselgroep is dus eveneens belangrijk. Elke groep bevat een grote keuze aan verschillende voedingsmiddelen die bij afwisseling bijdragen tot een gezonde voeding.
Voedingsstoffen (koolhydraten, vetten, eiwitten, water, vitaminen, mineralen, sporenelementen en voedingsvezels) zijn de specifieke bestanddelen van voedingsmiddelen (bv. brood, melk, groenten, fruit, vis,...) die zorgen voor de groei, de weefselopbouw, het herstel en het in stand houden van onze lichaamsfuncties. Eiwitten, koolhydraten en vetten leveren ook de energie die hiervoor nodig is.
Elk voedingsmiddel levert maar een aantal voedingsstoffen (bv. brood levert onder meer vitamine B1 maar geen vitamine C, vlees is een bron van ijzer maar niet van vezels, aardbeien bevatten veel vitamine C maar quasi geen calcium). Om de verschillende voedingsstoffen in voldoende mate binnen te krijgen, moeten we dus verschillende voedingsmiddelen combineren overeenkomstig de aanbevelingen van de actieve voedingsdriehoek.
