calcimus

Voedingsinfo voor de leerkracht - Ik proef

Dit thema komt aan bod in de infofiches van het 1ste leerjaar (zie lesmateriaal).
U vindt er bijkomende informatie op maat van de leerlingen.

De smaak van een kind is in ontwikkeling. Zelfs de smaak van volwassenen evolueert nog voortdurend. Eén maal geen boontjes lusten, betekent niet dat het kind nooit boontjes zal willen eten. Pas na gemiddeld acht tot negen keren proeven, herkennen en waarderen kinderen een nieuwe smaak.

Kinderen en smaak

De smaakvoorkeuren van kleine kinderen zijn in grote lijnen voorspelbaar. Nagenoeg alle kinderen vinden zoete voedingsmiddelen, zoals chocolade, zoet fruit en ijs lekker. Ook eenvoudige hartige voedingsmiddelen, zoals bepaalde vleessoorten en melkproducten, zijn bij veel kinderen gegeerd. Meer speciale smaken maar bijvoorbeeld ook groenten worden niet of maar matig gewaardeerd.

Smaakopvoeding

Door hun aangeboren angst voor nieuwe voedingsmiddelen willen kinderen alleen maar eten wat ze (her)kennen. Een initiële afwijzing kan worden overwonnen door kinderen geleidelijk te laten wennen aan nieuwe voedingsmiddelen. Maak kinderen al vertrouwd met nieuwe voedingsmiddelen alvorens ze op hun bord belanden door ze te betrekken bij het oogsten in de moestuin, het doen van inkopen en de bereiding in de keuken. Spreek niet alleen over de smaak van voedingsmiddelen in termen van “ik vind dit lekker” of “het is goed voor de gezondheid”. Tracht ook smaken te beschrijven of associaties te leggen met dingen die ze goed kennen. Op die manier krijgen kinderen een zekere smaakopvoeding. Hierdoor zullen zij aanvankelijk onbekende voedingsmiddelen sneller leren herkennen en makkelijker te overhalen zijn om nieuwe dingen te proeven dan alleen op basis van gezondheidsadviezen of dreigementen.

Laat kinderen af en toe opnieuw bepaalde voedingsmiddelen proeven, eventueel in een andere vorm. Combineer weinig geliefde producten met eten waar ze wel dol op zijn zoals appelmoes of ander fruit, worteltjes, spaghetti, lasagne en pizza. Leer een kind dat het niet alles moet opeten van wat het echt niet lekker vindt. Geef echter wel aan dat het altijd moet proeven van wat er op tafel komt, minstens één hapje. Kinderen kunnen soms ineens zelf aangenaam worden verrast door de smaak.

Een kind dat zijn maaltijden in een gezellige sfeer neemt, samen met personen die zich positief uitlaten over de aangeboden producten, zal er meer voor open staan nieuwe gerechten te proeven. De aanpak “eet je spinazie op of je krijgt geen dessert” heeft meestal als effect dat de afkeur voor spinazie nog groter wordt. Ten slotte moet er rekening mee worden gehouden dat er steeds voedingsmiddelen zijn die het kind zal blijven afwijzen. Idem dito voor volwassenen.

Wat is smaak?

Smaak is het resultaat van een reeks complexe interacties tussen de proever en de voeding. De smaakpapillen op de tong herkennen de vier basissmaken (zoet, zout, bitter en zuur) en de zogenaamde vijfde umamismaak. De smaak wordt tevens bepaald door de geur van een voedingsmiddel, gedetecteerd door de neus tijdens het inademen en het kauwen. De textuur en de temperatuur van een voedingsmiddel spelen in op het mondgevoel en dragen zo eveneens bij tot de globale smaaksensatie. In de hersenen wordt de smaakervaring op het moment van consumptie gecombineerd met externe informatie, zoals het uitzicht van het product en de sfeer tijdens het eten, maar ook met gevoelens zoals honger of verzadiging. Op basis van al deze informatie, samen met vroegere smaakervaringen opgeslagen in het geheugen, trachten de hersenen de smaak te identificeren. Ten slotte zijn ook herinneringen over plezier of onbehagen van vorige consumpties van invloed op de smaakappreciatie. Bij het proeven van bijvoorbeeld chocolade zal men de smaak onmiddellijk herkennen en weet men ook meestal meteen of men het lekker vindt of niet.


Naar boven